Eindhoven is bijzaak

Het is deze keer anders dan anders. Marathon Eindhoven 2015 wordt mijn vierde marathon , maar anders dan de vorige keren ligt er ditmaal geen strak trainingsschema, is er geen geheelonthouding van alcohol en lekker eten en ook vroeg naar bed is geen harde eis.

20151011_082411

Nee, deze keer is de marathon ook niet de hoofdzaak,. Lekker rennen tijdens mijn trainingen, dat is mijn doel. Dat ik daardoor mijn conditie op peil weet te houden en hopelijk in staat ben een marathon te rennen, da’s mooi meegenomen. Maar of ik dan ook daadwerkelijk op basisconditie (dus zonder extra trainingen e.d.) een marathon kan rennen, dat moet ik nog maar zien…

Marathon Eindhoven 2015 is voor mij dus een experiment: kan ik mij richten op lekker trainen in plaats van de wedstrijd en toch genoeg conditie hebben om 42,195 kilometer te rennen? Gewoon proberen. Ik richt me niet op een toptijd, niet op een goeie positie, nee, ik mik op het uitlopen. Een mooie tijd is bijzaak. En dat nummer 1313 kan mijn vertrouwen in een goeie afloop niet in de weg staan.

Een heldere lucht doet warm weer vermoeden, maar het is koud. Zo koud, dat ik begin te twijfelen of ik wel de juiste outfit heb aangetrokken. Het startvak waarin ik mij opstel, ligt volledig in de schaduw. Om uit de wind te blijven schaar ik mij daarom maar tussen de andere lopers, die druk staan te springen en andere danspasjes uitvoeren. De kou slaat gelukkig niet op mijn spieren en als na het startschot de meute langzaam in beweging kom, krijg ik eindelijk de kans om ook van het zonnetje te genieten.

Nog nooit ben ik zo rustig geweest in mijn hoofd tijdens een wedstrijd. Anders dan bij eerdere wedstrijden ben ik niet bezig met het feit of ik niet te snel ben gestart, lopers die me voor de voeten lopen, kleding die niet goed zit enzovoorts. Nee, ik ren in een voor mijn gevoel comfortabel tempo, kijk rustig om me heen, geniet van alle aanmoedigingen langs de kant en hobbel zo lekker door de Eindhovense straten. Geen moment kijk ik op mijn horloge.

Na een kilometertje of tien doemen de ballonnen van de 3:30-pacer voor mij op. Met vorig jaar een eindtijd van 3:19:21 (maar dan met strak trainingsschema en alle bijbehorende poespas) lijkt mij ditmaal (zonder trainingsschema) een tijd van 3:30 een mooi resultaat, dus ik neem mij voor om de komende 32 kilometer heel langzaam dichterbij de ballonnen te komen. “Die gaat veel te hard!” wordt er plotseling naast mij geroepen. De renner naast me wijst naar de pacer en kijkt op zijn horloge. Ik kan het niet laten om ook even te kijken en zie dat de pacer inderdaad met dit tempo dichter bij de 3:15 zal uitkomen dan bij de 3:30. Voor mij reden om me niet op te laten jagen en gewoon mijn eigen comfortabele tempo aan te houden.

De route brengt de renners door delen van Eindhoven waar de lopers de afgelopen jaren niet doorheen gekomen zijn en, alsof de bewoners van die wijken iets in te halen hadden, stonden zij in grote getale langs de kant. Nog niet eerder heb ik zoveel support langs de kant zien staan. Terwijl met elke kilometer steeds meer vermoeidheid in mijn lichaam kruipt, neemt mijn enthousiasme met iedere kilometer aan supporters toe.

Ondanks dat ik mijn tempo netjes op peil weet te houden, loop ik mij toch vast in de groep rondom de 3:30-pacer, die blijkbaar toch ook heeft ingezien dat hij wat te snel rende. Ik ben eerlijk gezegd niet weg van pacers, vooral door de groepen die er omheen ontstaan en weinig ruimte bieden om er voorbij te gaan. Zodra zich een gelegenheid voordoet, schiet ik daarom de groep voorbij. Zolang ik de pacer achter mij heb, weet ik dat ik een mooie tijd heb en kan ik bovendien in mijn eigen tempo blijven rennen.

De tweede helft van de route voelt als vanouds. Dit deel lijkt veel op de ronde die ik afgelopen jaren heb gerend. Ik sluit me aan bij twee lopers die voor mij een prima tempo hebben en die bovendien de wind vangen, die op deze lange rechte weg recht van voren komt. Het lijkt alsof er hier minder supporters staan dan in de eerste helft, maar ik voel me goed en ben lekker aan het rennen, dus laat me er niet door uit het veld slaan. Wanneer we de bocht omgaan en de wind niet meer recht van voren komt, maak ik mij los van de lopers en ga ik weer op eigen houtje verder.

Als ik na een tijdje het bordje van kilometer 30 langs de kant zie staan, bereid ik mij voor op de man met de hamer. Kom maar op, ik ben er klaar voor! Maar hij blijft weg. Bij de 35e kilometer krijg ik het wel wat zwaarder, maar een spandoek boven de weg met de tekst “De laatste 5 kilometer op karakter!” geven mij dat beetje energie dat ik nu nodig heb. Ook de twee dametjes die elk jaar weer tussen kilometer 37 en 38 staan opgesteld (“Waar is die kanjer? Daar is die kanjer! Jeeejj!!) geven mij een extra boost.

Held
Copyright (c) https://twitter.com/Meisje_Sanne

En dan staat daar ook opeens hét Heldenbord! Het bord dat ik tot nu toe alleen maar digitaal voorbij heb zien komen, wordt nu live op mij gericht. Ik leef helemaal op en het moment dat ik het even wat zwaarder had, ben ik alweer helemaal vergeten. Wanneer ik na het PSV-stadion vrouw en zoon zie staan, leef ik zelfs zo erg op dat ik zelfs nog een eindsprint van bijna een kilometer weet in te zetten.

Geen strakke training zoals vorig jaar, maar toch nog geen 3 minuten langzamer. Ik heb heerlijk gerend en met 3:22:06 als eindtijd ben ik dik tevreden. Geen verplichte trainingen meer voor mij. Voor mij alleen nog maar lekker rennen omdat ik zin heb om te rennen. En nog eens een marathon? Geen probleem.

Eindhoven14-15-2

Qualification report – Marathon Meerssen

Experiment: to test if the subject will be able to run a marathon without extra training, i.e. without training schedules, runner’s diets, sleep schedules and prohibition of alcohol.

Qualification level: the subject is considered to be qualified for the experiment when proven to be able to run the 20 miles of the ‘Marathon van Meerssen’.

Qualification date: 13-Sep-15
Qualification location: Meerssen, Limburg,  The Netherlands
Subject: Me

Qualification description:
Round 1:
First round was run with care to explore the route and be able anticipate on the rounds to come. Colleague support halfway during the race was introduced to improve running results.

Round 2:
Subject increased speed. Halfway during the race, the race between the first and second lady of the half marathon got the subject distracted from his own race, unintentionally increasing his own speed.

Round 3:
Energy levels are low due to to much energy use during round 2. Hills appear to be difficult, but the subject keeps going anyway. Race completed in 2:38:28.

Conclusion:
Subject appears to be in good condition. The race was not completed at top speed, however the subject passed qualification and will continue to the experiment on 11-Oct-15 at Eindhoven.

image

Via Belgica

image

Mijn hardloopcarrière is slechts een paar jaartjes oud en ik heb dus nog geen eindeloze lijst aan wedstrijden op mijn hardloop-CV. Het aantal marathons blijft steken bij twee, en beide keren heb ik gerend in Eindhoven. Tijd voor wat variatie dus. Lang heb ik niet hoeven zoeken, want nog tijdens mijn voorbereiding voor mijn tweede marathon werd de allereerste editie van de Marathon van Maastricht over de Via Belgica voor 2015 aangekondigd. Een hele lange naam, maar Maastricht kwam er in voor, dus voor mij was al direct duidelijk dat ik daar bij moest zijn.

Een marathon langs een oude Romeinse route, startend bij de Duitse grens bij Rimburg, dwars door het Limburgse heuvelland en eindigend in mijn favoriete Maastricht. Zo vlak als de Lage Landen-marathon van Eindhoven is, zo heuvelachtig is de Via Belgica. Dat betekende dus anders trainen dan ik gewend was: niet alleen lange, geasfalteerde wegen, maar ook af en toe het bos in over kleine, kronkelende weggetjes en stevige klimmetjes en afdalingen. En onbedoeld is daarmee een nieuwe liefde voor mij geboren: trailrunning. Rende ik een half jaar terug slechts een enkele keer in het bos, nu komt er bijna geen training meer voor dat ik niet de verharde wegen verlaat.

image

In twee maanden had ik mij klaargestoomd voor de marathon, inclusief trails, op een dag naar het werk en teruggerend (47,5 kilometer) en een heuveltraining van 35 kilometer. Ik had daarom gehoopt ook dit jaar de man met de hamer gewoon langs de kant van de weg te kunnen laten staan, maar helaas…

De dag begon uitstekend: na de eerste tropische dag begon deze dag bewolkt met ongeveer 17 graden op de thermometer. Ideale omstandigheden dus. Zo ideaal, dat ik besloot mijn  waterflesjes, pet en zonnebril achter te laten. Big mistake!! De eerste helft van de route bestond uit pittige heuvels en zelfs een beetje sneeuw (met dank aan Snowworld, Landgraaf) en het ging me heel goed af. Ik rende exact het tempo dat ik wilde rennen en heuvelaf zelfs sneller. De route was zwaar maar prachtige bossen en vergezichten maakten het een heerlijke tocht.

Maar toen in de tweede helft de zon doorbrak, toen werd het zwaar, héél zwaar. Kilometerbordjes langs de weg die twee kilometer achterliepen op mijn horloge, drankposten die onregelmatig over de route waren verspreid (althans, zo voelde het), tóch het verkeerde paar schoenen aan mijn voeten en dan ook nog steeds klimmetjes die steeds meer begonnen te voelen als de Alpen, na 35 kilometer werd het me teveel. Ik snapte er niets van: ik kon niet meer, alles deed pijn, maar als ik echt goed voelde, dan mankeerde ik eigenlijk niets. Maar elke keer als ik weer begon te rennen, begon die man met de hamer weer op mij in te slaan.

De laatste kilometers waren vlak, maar voelden als de zwaarste van de hele route. Met aanmoedigingen van publiek en mede-renners sleepte ik mijzelf richting de finish. Zelfs de brug over het spoor waar ik bijna wekelijks overheen ren, het allerlaatste klimmetje, was mij deze keer te hoog. Eindelijk kwam daar de finish in zicht, twee kilometer verder dan bij de meeste marathons (de route bleek 44 kilometer lang te zijn). Een daverend applaus, 3:47 uur op de klok en ik was eindelijk over de finish. Niet de eindtijd waar ik op gehoopt had, maar ik had hem gehaald. Een nieuwe marathon op mijn hardloop-CV, ik ben dik tevreden!

En of de Romeinen echt over deze route gelopen hebben? Wat maakt het uit, ik heb, ondanks dat het zwaar was, 44 kilometer genoten van deze prachtige route.

image

Een échte familieloop!

Elke stad heeft het wel tegenwoordig: waar normaal het stadscentrum gedomineerd wordt door winkelende mensen, is er een keer in de zoveel tijd een moment dat de stad wordt overgenomen door hardlopers. De straten kleuren op door de fluorescerende hardloopkleding en alles moet wijken voor de renners.

Zo ook in Sittard. Elk jaar in april wordt daar de DIS familieloop georganiseerd. Een thuiswedstrijd voor mij, maar dit jaar ook écht een familieloop. Niet alleen ik deed deze keer mee aan de 15 kilometer, mijn zesjarige held was zo dapper om direct na het diplomazwemmen ook nog de stoute schoenen aan te trekken om 500 meter door de Zitterdse straten te sprinten. Apetrots ben ik op hem!

image

Een uur na de kids run waren de volwassenen aan de beurt voor de 15 kilometer. Mijn eerste pittige trainingsweek na een blessure aan mijn voet zorgde ervoor dat mijn benen vermoeid aanvoelden. Zo vermoeid dat ik mijn doelen had bijgesteld: geen toptijd maar gewoon uitlopen.

Het weer zat mee en de stemming zat er goed in. Waar vorig jaar na de start wat onduidelijkheid ontstond over de route (en ik opeens op de derde plek rende), was dit jaar de route duidelijk afgezet. Renners schoten me aan alle kanten voorbij, maar ik hield stug vast aan mijn rustige tempo. De zware benen gaven me ook weinig mogelijkheid om te versnellen.

image

De eerste keer de Kollenberg op en af ging vrij makkelijk. Helaas stond de drankenpost net als vorig jaar weer halverwege de helling en, omdat ik bij de bestijging en later ook de afdaling niet wilde afremmen, heb ik ook dit jaar de drankenpost links (en rechts) laten liggen.

Waar ik vorig jaar de volgende bestijging lopend heb moeten doen, ging het deze keer lekker en eenmaal had ik nog voldoende energie om door te gaan. In volle vaart daarom de Kollenberg weer af om vervolgens aan ronde 2 te beginnen, op de veertigste plaats van de 136.

Wat? Echt waar? Mijn tijd was eigenlijk best goed, ondanks dat ik het voor mijn gevoel rustig aan deed. Ik haalde de tweede dame in en de motivatie in me begon toe te nemen. De volgende twee bestijgingen nog even rustig aandoen, maar met de laatste paar kilometers tussen mij en de finish daagde ik mezelf uit om toch nog even een tandje bij te schakelen, eens kijken of ik dat kon volhouden.

De lopers die al een tijdje voor mij uitgingen, raasde ik nu voorbij. En het ging steeds lekkerder! De afdaling van de Kollenberg gaf mij een extra boost en met 1:07 uur op de teller moest het me lukken om er hooguit 1:10 van te maken. Het laatste stukje ging mijn tempo nog verder omhoog. Snel en onvermoeid rende ik over de tijdmatten en met 1:10:01 en plaats 36 (zelfs 5e in mijn categorie) heb ik gewoon onbedoeld en totaal onverwacht een PR neergezet.

En nu op naar de Marathon Via Belgica!

Echt Evert!

33 jaar was ik geworden. En voor deze verjaardag geen luchtje cadeau, geen scheerapparaat, nee, zelfs geen nieuwe hardloopoutfit. Deze keer kreeg ik Evert…in het écht! “Waar heb je het over?!” vraag je je af. Let me explain:

Een jaar of twee geleden was ik door een hardloopblessure verbannen naar de bedompte ruimte van de sportschool. Het viel mij op dat er een stuk of vijf fietsen gericht stonden op een knaloranje muur met middenin een tv-scherm. In beeld schoof een weg in een prachtig berggebied zich onder de camera door en voor deze weg in beeld zat een of andere vent op een spinningfiets op en neer te dansen. Een paar dames zaten zwetend en hijgend na te doen wat de man in beeld voordeed.

image

Ook eens proberen, dacht ik. Ik stapte op een fiets, sloot de koptelefoon aan… “Stampen! Beuken! Kom op!” Met een luide bass en stevig ritme riep de man in beeld van alles om de spinners mee te krijgen in de les. En dat deed hij goed. Ik was meteen verkocht. Opeens was ik weg uit die bedompte sportschool en trok ik stevige klimmetjes in de Franse Alpen, deed ik sprintjes over Spaanse heuvels en deed ik joggings in Monaco. Ik was in een les fan die man op het scherm, Evert genaamd.

Nu, zoveel maanden later, komt virtuele Evert regelmatig bij mij thuis op bezoek en doen mijn vrouw en ik om de beurt enthousiast mee met zijn virtuele lessen. Maar ja, virtueel is toch niet echt, dus, zo dacht mijn vrouw, we gaan eens een keer écht met Evert fietsen. Ik geef Evert cadeau.

Met weer een nieuwe hardloopblessure heb ik nog hevig zitten twijfelen of ik het wel door moest laten gaan, maar de kans om écht met Evert te spinnen kon ik toch niet laten schieten. Dus als echte fans vertrokken wij vanuit Sittard, op weg naar een spinningles in Gilze met onze eigen BN-er. Daar aangekomen kregen we het bericht dat Evert een half uur vertraagd was dus moesten we nog even wachten.

In een zaal vol Evert-groupies stonden we te wachten als kleine kinderen die Sinterklaas opwachten. Maar ons geduld werd al snel beloond en Evert sprong na binnenkomst vrijwel meteen op de fiets. Wij zaten in de tweede groep en hebben ons tijdens de eerste les daarom bij de toeschouwers gevoegd. Er werd af en toe wat geknoeid met het geluid door een kapotte microfoon en het filmpje van de weg op de achtergrond moest je er zelf bij bedenken, maar het was wat ik ervan had verwacht.

Nu waren wij aan de beurt en, na iedereen even de hand te hebben geschud, sprong Evert weer op dd fiets en zweepte hij de groep direct flink op met stevige muziek en enthousiaste aanmoedigingen. Je krijgt niet alleen een training maar een hele show. Staand, zittend, sprintend en zelfs dansend zaten we op de fiets en zelfs het publiek werd zo nu en dan opgezweept. Af en toe sprong de coach van zijn fiets om je voor je neus persoonlijk aan te moedigen en een sprintwedstrijdje zatver ook nog wel in. En mijn blessure? Welke blessure? Helemaal niks van gevoeld. En zo, na een uur stevig doorbikkelen, zwaarder dan bij een virtuele les, zaten we zwetend en uitgeput maar voldaan uit te hijgen op de fiets. Het was zwaar, maar zeker de moeite waard. Volgend jaar weer?

image

Kletzmajoren

In de afgelopen jaren heb ik al aardig wat wedstrijden gerend. Afstanden van 5 kilometer tot een marathon heb ik allemaal in mooie tijden weten af te leggen. Allemaal? Nou, bijna. Eén afstand ontbreekt nog, namelijk de halve marathon, gek genoeg de afstand die ik menig zondagochtend tijdens mijn training afleg.

Hoog tijd dus om ook de halve een keer te rennen en laten we eens gek doen, we doen meteen een internationale wedstrijd, de Selfkantlauf (bij mij een paar kilometer vandaan). De eerste echte lentedag was het decor van deze tocht door het Duits-Nederlandse grensgebied. Mooi, zou je zeggen, maar dat betekende natuurlijk ook temperaturen waarbij ik al tijden niet meer gerend had. Dat en een zere voet waren aanleiding om voor een rustig tempo te gaan. Gewoon uitlopen, dat was mijn doel.

De start werd een kwartier uitgesteld: de laatste loopster van de 10 kilometer liet nog even op zich wachten. Onder luid applaus van de renners van de halve werd de laatste dame binnengehaald.

En toen waren wij aan de beurt. Rustig rennen, dacht ik weer. Al binnen de eerste kilometer had ik al twee heren gevonden die, druk kletsend, een rustig tempo aanhielden. De twee Deutsche Kletzmajoren, een blauwe en een groene (vernoemd naar de kleur van hun shirt), waren zo druk aan het kletsen dat ze niet doorhadden dat ik, en later ook nog wat andere lopers, goed gebruik wist te maken van hun regelmatige tempo.

In een mooi tempo liepen we door prachtige bossen, waar een enorme Schotse Hooglander midden op het bospad, met horens naar voren gericht ons stond op te wachten. Met een ruime bocht liepen we om het beest heen, met die blauwe en groene als mijn menselijk schild.

Net buiten het bos hoorde ik een zwaar hijgend hert naderen. Echter, bij nader inzien bleek dit een wat oudere heer te zijn die mij graag kwam vergezellen achter mijn twee windvangers. Althans, dat dacht ik, totdat hij mij probeerde weg te drijven en dat fijne plekje achter de pacers voor zichzelf wilde hebben. Ik liet hem maar, met het idee dat hij dat gehijg toch niet lang zou kunnen volhouden. De Kletzmajoren hadden geen idee wat er zich allemaal achter hen afspeelde en bleven lekker doorbabbelen.

Het hert naast me moest, zoals verwacht, het plekje na enkele kilometers toch weer aan mij afgeven en een tandje terugnemen. De blauwe en groene heer voor mij begonnen ondertussen ook de vermoeidheid te voelen (of ze hadden alles besproken) want het begon stil te worden.

Maar wat is dat nou? We rennen 4:31 min/km!!! Da’s niet rustig! Maar goed, mijn voet voel ik niet echt en qua vermoeidheid valt het ook wel mee. Weet je wat? Ik kijk gewoon hoe lang ik de heren kan bijhouden.

Tot een kilometer of 12 ging dat goed, maar het begon toch zwaar te worden. Toch maar even terugschakelen en de heren loslaten. De afstand tussen de Kletzmajoren en mij werd langzaam, heel langzaam groter… en weer kleiner en kleiner. De heren hadden ook besloten gas terug te nemen en opeens liep ik weer achter ze. En zo liep ik weer kilometers lang achter de heren pacers. Zo nu en dan sloot een loper zich bij ons aan om even later weer af te haken. Met een onverwacht heuveltje bij het Wildpark van Gangelt begonnen we aan de laatste kilometers. Na kilometers te hebben doorgesjeesd viel me het heuveltje best zwaar. Het grindpad dat erna volgde was ook zwaar en de vermoeidheid sloeg toe. Mijn pacers liepen op mij uit en het voelde alsof de finish maar niet in het zicht wilde komen. Mijn voet begon ik toch te voelen en de warmte hielp mij ook niet echt vooruit. Mezelf vooruitslepend kwam ik dan toch bij de finish, eindelijk, en, hoewel met een flinke ruimte tussen ons, direct achter die blauwe en die groene.

Ik wilde de heren eigenlijk bedanken voor hun pace-werk, maar na mijn eerste bekertje water was ik ze kwijt. Maar met 1:34 op de klok en een tempo van 4:34 min/km dan toch bij deze: Vielen dank!

Selfkantlauf

Blubber!

image

Splet, splat, flosj, floesj… Het startschot heeft net geklonken en we naderen stampend door de blubber het eerste heuveltje. De sfeer is goed. Het heeft altijd wel wat, die kleinere wedstrijden: een paardenstal die als kleedruimte dient, allemaal renners die ik niet bij naam maar wel van gezicht ken van andere wedstrijden en de atletiekbaan… De koude wind kon de sfeer deze dag niet bekoelen. 

image

Het heuveltje voor me is op zich geen heel pittig heuveltje, ware het niet dat het pad bestond uit modder, héél veel modder, en er bovendien net een kidsrun overheen gedenderd was. Een stoet aan nog onbevuilde lopers kroop nu deze heuvel over en nu was het mijn beurt. Ik had een paar hardloopschoenen aangetrokken met een stevig profiel, maar voor deze heuvel had je aan dikke rupsbanden nog niet genoeg. Glibberend en glijdend klom ik omhoog, met in gedachten dat dit pas de eerste van de vijf keer is dat we over deze heuvel zouden gaan.

Eenmaal boven gekomen klinkt er een drumband in de verte. Een drumband? Bij nader inzien blijkt het het geluid te zijn van renners op een houten bruggetje. Ik stamp lekker mee met het getrommel en probeer vervolgens enkele plassen te ontwijken om het korte startrondje enigszins schoon te kunnen voltooien. Maar schoon bleef ik niet lang…

Op naar het grotere rondje, dat we vier keer zullen lopen. Het heuveltje dat ik zojuist beklommen had is onderhand al flink doorgestampt, de modder nog gladder dan zojuist. Het stuk asfalt dat volgt na de heuvel stijgt licht, maar het voelt als een verademing om even niet met die blubber bezig te zijn.

Er volgt een stevige helling maar het gaat lekker. Zeker als we even later aan een modderige afdaling beginnen ben ik volop aan het genieten. Hoe kon ik toch ooit zo tegen trails opgekeken hebben?! Maar dan, na opnieuw een blubberpad waar geen grip te krijgen was, volgt de zwaarste heuvel: eerst op, met kleine stapjes maar nog altijd rennend, en dan vrij steil en met scherpe bochten weer naar beneden. Ik zie aan de grond dat niet iedereen die me voorgegaan is rechtop is blijven staan in de bochten en het kost mij ook heel wat moeite om niet onderuit te gaan.

image

Ronde 1 achter de rug en dan voel ik ‘m opeens: te snel begonnen en nu al kapot! Opgeven? Onverwacht staan daar opeens vrouw en zoon om me aan te moedigen, precies wat ik nodig had. Doorgaan dus!

Ronde 2 en 3 blijken echter niet zo makkelijk te gaan als ik had gehoopt. De blubber werd steeds blubberiger en ik voel aan mijn benen dat ik de hele week heuveltraining heb gedaan en eigenlijk nog niet voldoende uitgerust was voor deze rit. Het zoeken naar balans en grip vraagt meer energie dan ik gedacht had en de gedachte om alsnog op te geven speelt steeds meer door mijn hoofd.

Nee, dit wordt geen goeie tijd, maar met zoveel uitputting is het wel een uitgelezen wedstrijd om mezelf mentaal te trainen. Eenmaal dat deze beslissing is genomen gaat het me opeens steeds makkelijker af en hoewel de blubber op bepaalde plaatsen mijn schoenen bijna van mijn voeten zuigt, heb ik er weer zin in. Het laatste heuveltje kom ik niet meer rennend op maar ik ren ‘m uit, deze wedstrijd. Gewoon van begin tot het einde, de volle 10 mijl. Geen toptijd, maar op deze Danikerbosloop kan ik toch met een tevreden gevoel terugkijken. 

image